Wat vakantiegeld is en waarom het 8 % is
Vakantiegeld heet officieel vakantiebijslag. De Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag schrijft voor dat elke werknemer bovenop zijn loon een bijslag krijgt van minimaal 8 % van het brutoloon. Het idee stamt uit de tijd dat een vakantie een grote uitgave was: de wetgever wilde dat werknemers die konden betalen zonder in de problemen te komen. Daarom wordt het bedrag opgespaard en in één keer uitbetaald, vlak voor de zomer.
Vakantiegeld is dus uitgesteld loon: je verdient het elke periode, je krijgt het één keer per jaar. Het percentage van 8 % is een ondergrens. Een cao of arbeidsovereenkomst mag een hoger percentage afspreken, maar nooit een lager. De enige uitzondering staat in de wet zelf: verdien je meer dan drie keer het wettelijk minimumloon, dan mag schriftelijk worden afgesproken dat je minder of geen vakantiegeld krijgt. In de praktijk komt dat weinig voor.
De grondslag is het brutoloon dat je in het opbouwjaar hebt verdiend. Dat is je basisloon, en sinds 2018 ook het loon voor overwerk. Onbelaste vergoedingen, zoals de reiskostenvergoeding, zijn geen loon en tellen niet mee. Of toeslagen (ploegendienst, onregelmatigheid) meetellen, hangt af van wat je cao of contract daarover zegt.
Hoe de reservering opbouwt
Op je loonstrook zie je het vakantiegeld meestal niet als uitbetaling maar als reservering. Elke periode berekent de loonadministratie 8 % van het brutoloon en telt dat op bij een lopend saldo. Dat saldo is jouw tegoed. Het bedrag is niet weggezet op een aparte rekening; het is een verplichting van de werkgever aan jou die op papier groeit.
Het opbouwjaar loopt bij de meeste werkgevers van 1 juni tot en met 31 mei. Wie in juni wordt uitbetaald, krijgt dan het vakantiegeld over precies twaalf maanden. Sommige werkgevers gebruiken het kalenderjaar en betalen in mei uit over de opbouw van januari tot en met december van het jaar ervoor, plus de eerste maanden van het lopende jaar. Welke variant geldt, staat in je arbeidsovereenkomst of cao.
Begin je halverwege het opbouwjaar, dan bouw je naar rato op. Wie op 1 december in dienst komt en op 1 juni vakantiegeld krijgt, heeft zes maanden opgebouwd en krijgt dus zes keer 8 % van het maandloon. Hetzelfde geldt andersom: wie uit dienst gaat, krijgt de opbouw tot en met de laatste werkdag mee in de eindafrekening.
Staat er een regel "reservering vakantiegeld" of "vakantiegeld cumulatief", dan kun je hem eenvoudig natellen: 8 % van je bruto per periode, opgeteld sinds de vorige uitbetaling. Hoe je die regel vindt, staat in de uitleg van de loonstrook.
Wanneer vakantiegeld wordt uitbetaald
De wet zegt dat vakantiegeld minstens één keer per jaar moet worden uitbetaald, en als er niets anders is afgesproken in de maand juni. Daarom valt het bij de meeste werkgevers samen met het loon van mei of juni. Een andere maand mag, als dat schriftelijk is vastgelegd. Ook uitbetalen in delen is toegestaan, bijvoorbeeld elk kwartaal of zelfs elke periode.
Die laatste variant heet een all-in loon: het vakantiegeld (en soms ook de waarde van vakantiedagen) zit dan in het periodeloon verwerkt. Dat mag alleen als het schriftelijk is afgesproken en als op de loonstrook duidelijk te zien is welk deel vakantiegeld is. Voor werknemers met een klein, wisselend contract is dat soms praktisch; voor de meeste werknemers is de jaarlijkse uitbetaling in mei of juni de norm.
Wie per vier weken wordt betaald, ziet de opbouw per periode van vier weken en krijgt het vakantiegeld in een gekozen periode, meestal periode 5 of 6. Meer daarover in salaris per vier weken of per maand.
Waarom vakantiegeld netto tegenvalt
Bruto is het vakantiegeld precies 8 % van je jaarloon. Netto blijft daar vaak veel minder van over dan je van je gewone maandloon gewend bent. Dat komt doordat vakantiegeld een bijzondere beloning is. De loonheffing erover wordt niet berekend met de gewone maand- of vierwekentabel, maar met een vast percentage uit de tabel bijzondere beloningen.
Dat percentage hangt af van je jaarloon van vorig jaar. Het bestaat uit twee delen: het belastingtarief van de schijf waarin je jaarloon valt (in 2026 circa 35,7 % in de eerste schijf, circa 37,5 % in de tweede en 49,5 % daarboven) en een verrekeningspercentage voor de afbouw van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting. Omdat een extra bedrag boven op je loon de heffingskortingen verlaagt, wordt dat effect meteen bij het vakantiegeld verrekend. Zo kan het effectieve percentage oplopen tot ver boven het schijftarief.
Belangrijk om te weten: je betaalt over het hele jaar niet te veel belasting, alleen op een ander moment. De loonheffing is een voorheffing. Bij de aangifte inkomstenbelasting wordt alles over het jaar herrekend, en wie via het bijzonder tarief iets te veel heeft betaald, krijgt dat terug.
Indicatieve verdeling voor het rekenvoorbeeld hieronder; het percentage hangt af van je jaarloon en of de loonheffingskorting wordt toegepast.
Rekenvoorbeeld: vakantiegeld bij een maandloon van € 3.450
Een werknemer met een vast brutoloon van € 3.450,00 per maand, geen overwerk, opbouwjaar van juni tot en met mei. In mei wordt het vakantiegeld uitbetaald. Het percentage bijzonder tarief is afgerond en dient om de opbouw te laten zien, niet als exacte berekening.
Op de loonstrook van mei staan twee blokken naast elkaar: het maandloon met de gewone witte tabel en het vakantiegeld met het bijzonder tarief. Het netto van beide wordt bij elkaar opgeteld tot één bedrag dat op je rekening komt.
Bijzondere situaties
De hoofdregel is eenvoudig, maar het leven niet. Dit zijn de situaties waarover de meeste vragen komen.
| Situatie | Wat er gebeurt met het vakantiegeld |
|---|---|
| Uit dienst | Het opgebouwde saldo tot en met de laatste werkdag wordt uitbetaald bij de eindafrekening, samen met niet-opgenomen vakantiedagen. |
| Ziek | Je bouwt vakantiegeld op over het loon dat wordt doorbetaald. Bij 70 % loondoorbetaling is de grondslag dus lager. |
| Parttime | 8 % van het werkelijke brutoloon; wie de helft werkt, krijgt de helft van het vakantiegeld van een fulltimer met hetzelfde uurloon. |
| Overwerk | Telt mee in de grondslag voor de minimumvakantiebijslag, tenzij de cao een andere regeling heeft die per saldo niet lager uitkomt. |
| All-in loon | Vakantiegeld wordt elke periode meebetaald; alleen toegestaan bij schriftelijke afspraak en met een aparte regel op de loonstrook. |
| Loon boven 3 × minimumloon | Schriftelijk mag worden afgesproken dat er minder of geen vakantiebijslag wordt betaald. |
Vakantiegeld (de bijslag in euro's) en vakantiedagen (het verlof in uren) zijn twee verschillende rechten met elk hun eigen regels. Je kunt ze niet tegen elkaar wegstrepen, en het één vervalt niet doordat je het ander niet opneemt.
Zo doen wij dit
Reserveren, uitbetalen en het tarief erbijPayflo bouwt het vakantiegeld per afgeronde periode op en betaalt het uit in de periode die je kiest, automatisch tegen het bijzonder tarief uit de tabel van dat jaar. De reservering staat op elke loonstrook, en werknemers zien hun saldo en hun stroken als PDF in hun eigen account. Vraag de assistent hoeveel er voor iemand is opgebouwd en je krijgt het bedrag, met de opbouw erbij.
Liever geen omkijken? Payflo is een loonadministratiekantoor uit Kampen: wij doen dit voor je, met onze eigen software. Straks doe je het zelf, als je wilt.
Mail ons over je loonadministratieVoor werkgevers: vakantiegeld reserveren en verlonen
Als werkgever ben je verplicht de vakantiebijslag te betalen én die apart op de loonstrook te vermelden. Vergeet je het, dan heeft de werknemer tot vijf jaar na de betaaldatum recht op nabetaling, en de Nederlandse Arbeidsinspectie kan bij structureel te weinig betalen een boete opleggen. Zo houd je het op orde.
- Leg het percentage en de betaalmaand vast
Minimaal 8 %; kijk in de cao of daar meer of een afwijkende betaalmaand in staat. Zet de keuze in de arbeidsovereenkomst of het personeelsreglement.
- Reserveer elke periode
8 % van het brutoloon van die periode, inclusief overwerk. Zet de reservering als aparte regel op de loonstrook, zodat werknemer en werkgever hetzelfde saldo zien.
- Reken de werkgeverslasten mee
Over het vakantiegeld betaal je ook premies werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing Zvw. Het hoort dus bij de werkgeverslasten: reken met circa 8 % extra loonkosten, plus premies daarover.
- Betaal uit met het bijzonder tarief
In de betaalperiode verloon je het saldo als bijzondere beloning. Het percentage komt uit de tabel bijzondere beloningen op basis van het jaarloon van het vorige jaar; voor nieuwe werknemers gebruik je het geschatte jaarloon.
- Neem het mee in de loonaangifte
Het vakantiegeld gaat in de loonaangifte van het tijdvak waarin het is uitbetaald, met de premies erover. Bij uitdiensttreding betaal je het saldo uit in de laatste periode.
De reservering is boekhoudkundig, maar in mei moet je het wel kunnen betalen. Voor een bedrijf met vijf werknemers is dat al snel een extra maandloon aan uitgaven, plus premies. Een aparte spaarrekening voorkomt een cashflowprobleem in de lente.
Veelgestelde vragen over vakantiegeld
Hoeveel vakantiegeld krijg ik minimaal?
Minimaal 8 % van het brutoloon dat je in het opbouwjaar hebt verdiend. Dat percentage staat in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Een cao of arbeidsovereenkomst mag meer geven, niet minder.
Wanneer wordt vakantiegeld uitbetaald?
Minstens één keer per jaar, in de praktijk meestal met het loon van mei of juni. Een andere betaalmaand of uitbetaling in delen is toegestaan als dat schriftelijk is afgesproken.
Waarom houd ik netto zo weinig over van mijn vakantiegeld?
Vakantiegeld is een bijzondere beloning en wordt belast tegen het bijzonder tarief, een percentage op basis van je jaarloon van vorig jaar. Daar komt vaak een verrekeningspercentage bij voor de afbouw van heffingskortingen. Over het hele jaar betaal je niet te veel; de aangifte inkomstenbelasting trekt het recht.
Krijg ik vakantiegeld als ik uit dienst ga?
Ja. Het opgebouwde vakantiegeld tot en met je laatste werkdag wordt uitbetaald bij de eindafrekening, samen met eventuele niet-opgenomen vakantiedagen.
Bouw ik vakantiegeld op over overwerk en toeslagen?
Over overwerk wel: sinds 2018 telt overwerkloon mee voor de minimumvakantiebijslag. Over onbelaste vergoedingen zoals reiskosten niet, want dat is geen loon. Of toeslagen meetellen hangt af van je cao of arbeidsovereenkomst.
- Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, art. 15 t/m 19 — hoogte, grondslag en betaalmoment van de vakantiebijslag.
- Belastingdienst, Handboek Loonheffingen 2026 — tabel bijzondere beloningen en verrekeningspercentage.
- Rijksoverheid — vakantiegeld: rechten van werknemers en verplichtingen van werkgevers.
Bedragen en percentages gelden voor belastingjaar 2026 en zijn afgerond. Controleer voor je eigen situatie altijd de actuele publicaties.