Waarom bruto en netto verschillen
Het brutoloon is wat je met je werkgever afspreekt: een bedrag per maand of per vier weken, vóór belasting en premies. Het nettoloon is wat daarvan overblijft nadat de werkgever de wettelijke inhoudingen heeft gedaan en heeft afgedragen aan de Belastingdienst en het pensioenfonds. De werkgever betaalt de belasting namens jou, nog voordat het loon op je rekening staat. Dat is de kern van het Nederlandse stelsel van loonheffingen: de belasting wordt ingehouden aan de bron.
Het verschil tussen bruto en netto is geen vast percentage. Het hangt af van de hoogte van je loon, van je pensioenregeling, van de vraag of de loonheffingskorting bij deze werkgever wordt toegepast en van welke tabel je werkgever moet gebruiken. Daarom kunnen twee collega's met hetzelfde brutoloon een verschillend netto hebben, zonder dat er iets fout is.
Wat je netto overhoudt is ook niet hetzelfde als wat je werkgever kwijt is. Bovenop je bruto betaalt hij premies werknemersverzekeringen en vaak een werkgeversdeel pensioen. Die kosten zie je niet op je strook; ze horen bij de werkgeverslasten.
De vier rekenstappen van bruto naar netto
De berekening verloopt altijd in dezelfde volgorde. Die volgorde is wettelijk bepaald en niet toevallig: wat er in stap 1 afgaat, verlaagt de belasting in stap 3.
- Brutoloon vaststellen
Het basisloon uit je contract, plus alles wat er deze periode bijkomt: overwerk, toeslagen, een bonus of uitbetaald vakantiegeld. Ook een bijtelling voor een auto van de zaak wordt hier voor de belasting bij het loon geteld.
- Aftrekposten vóór belasting
De pensioenpremie die je zelf betaalt gaat van het bruto af voordat de belasting wordt berekend. Wat overblijft heet het heffingsloon: de grondslag voor de loonheffing.
- Loonheffing berekenen
Over het heffingsloon berekent de werkgever de loonheffing met de loonbelastingtabel van het juiste jaar en tijdvak. Bijzondere beloningen zoals vakantiegeld worden apart belast tegen het bijzonder tarief.
- Onbelaste vergoedingen erbij
Na de belasting komen de vergoedingen die buiten de heffing vallen: reiskosten, thuiswerkdagen, declaraties. De optelsom is het bedrag dat wordt uitbetaald.
Eerst wat eraf gaat vóór belasting, dan de belasting, dan wat er onbelast bijkomt. Wie deze volgorde kent, kan elke loonstrook lezen.
Van brutoloon naar heffingsloon
Het heffingsloon, op de strook vaak "loon voor de loonheffing" of "fiscaal loon", is het bedrag waarover belasting wordt gerekend. Het is bijna nooit gelijk aan het brutoloon. Twee dingen zorgen voor het verschil.
Wat eraf gaat: de pensioenpremie
Neem je deel aan een pensioenregeling, dan betaal je meestal een deel van de premie zelf. Dat werknemersdeel is aftrekbaar: het verlaagt het heffingsloon en daarmee de loonheffing. Bij een premie van € 120 per maand betaal je dus niet echt € 120 minder netto, want over dat bedrag hoef je geen loonheffing te betalen. Netto kost de premie je grofweg tweederde van het brutobedrag.
Wat erbij komt: bijtelling
Rijd je in een auto van de zaak die je ook privé gebruikt, dan telt de werkgever een percentage van de cataloguswaarde bij het loon. Je krijgt dat bedrag niet uitbetaald, maar je betaalt er wel belasting over. Het heffingsloon wordt hoger, het brutoloon niet. Op de strook staat de bijtelling daarom als een plus vóór de belasting en een min erna.
Het heffingsloon is ook het bedrag dat je aan het eind van het jaar op je jaaropgave terugziet en dat de Belastingdienst gebruikt voor je aangifte inkomstenbelasting.
De loonheffing uit de tabel
De loonheffing is één bedrag voor loonbelasting en premie volksverzekeringen samen. De werkgever leest het af uit de loonbelastingtabel die de Belastingdienst elk jaar publiceert. Er zijn tabellen per tijdvak (maand, vier weken, week) en per kleur: de witte tabel voor loon uit tegenwoordige dienstbetrekking, de groene tabel voor pensioen of uitkering.
In de tabel is de loonheffingskorting al verwerkt. De werkgever kiest de kolom "met loonheffingskorting" of "zonder", afhankelijk van wat je hebt aangegeven. Met korting is de loonheffing over een gewoon loon flink lager, omdat de algemene heffingskorting en de arbeidskorting elke periode alvast worden verrekend.
De tarieven van de inkomstenbelasting werken door in de tabel: in 2026 circa 35,7 % in de eerste schijf, circa 37,5 % in de tweede en 49,5 % in de hoogste. Maar door de heffingskortingen ligt het werkelijke percentage over je maandloon meestal een stuk lager. Vakantiegeld, een bonus of overwerk gaan niet door deze tabel, maar worden belast tegen het bijzonder tarief.
| Onderdeel | Grondslag | Wie betaalt |
|---|---|---|
| Loonbelasting en premie volksverzekeringen | Heffingsloon, via de witte of groene tabel | Werknemer, ingehouden door de werkgever |
| Pensioenpremie werknemersdeel | Pensioengrondslag volgens de regeling | Werknemer, vóór belasting afgetrokken |
| Premies WW, WIA en Zvw | Premieloon tot het maximumpremieloon | Werkgever, bovenop het bruto |
| WGA-premie (deel) | Maximaal de helft van de WGA-premie | Mag op het netto van de werknemer worden verhaald |
Onbelaste vergoedingen komen er na de belasting bij
De laatste stap gaat over bedragen die niets met belasting te maken hebben. Een reiskostenvergoeding tot € 0,23 per kilometer is onbelast, net als de werkelijke kosten van openbaar vervoer en een vaste vergoeding per thuiswerkdag tot het bedrag dat de Belastingdienst jaarlijks vaststelt. Deze bedragen worden bij het nettoloon opgeteld nadat de loonheffing is berekend.
Dat heeft twee gevolgen die vaak onopgemerkt blijven. Ten eerste maken deze vergoedingen je uitbetaalde bedrag hoger zonder dat er belasting over gaat. Ten tweede tellen ze niet mee voor je vakantiegeld, je pensioen of je uitkering bij ziekte, omdat ze geen loon zijn. Een hoge onbelaste vergoeding is dus prettig, maar geen vervanging van een hoger brutoloon.
Indicatieve verdeling voor het rekenvoorbeeld hieronder, met loonheffingskorting. Bij een hoger loon stijgt het aandeel loonheffing.
Rekenvoorbeeld: van € 3.000 bruto naar netto
Een werknemer van 34 jaar werkt 40 uur per week voor € 3.000,00 bruto per maand. De loonheffingskorting is toegepast, de eigen pensioenpremie is 4 % en er wordt 300 kilometer per maand naar het werk gereden. De bedragen zijn afgerond; het gaat om de opbouw, niet om een berekening op de cent.
Het nettoloon is hier ruim 80 % van het bruto. Zonder loonheffingskorting zou de loonheffing enkele honderden euro's hoger zijn; met een hoger loon schuift een groter deel naar de tweede schijf en daalt het percentage dat je overhoudt. De pensioenpremie kost netto ongeveer € 78 in plaats van € 120, omdat er geen loonheffing over gaat.
Zo doen wij dit
Vier stappen, elke periode automatischPayflo rekent per werknemer van bruto naar netto met de loonbelastingtabel van het juiste jaar en tijdvak, trekt de pensioenpremie vóór de belasting af, belast vakantiegeld tegen het bijzonder tarief en telt de onbelaste vergoedingen er na de heffing bij. De strook staat als PDF in het account van de werknemer, en de assistent kan elke regel uitleggen.
Liever geen omkijken? Payflo is een loonadministratiekantoor uit Kampen: wij doen dit voor je, met onze eigen software. Straks doe je het zelf, als je wilt.
Mail ons over je loonadministratieWaarom je netto per maand kan veranderen
Een gelijk brutoloon geeft niet altijd een gelijk netto. Dit zijn de gebruikelijke oorzaken, van meest naar minst voorkomend.
- Januari — nieuwe tabellen, nieuwe heffingskortingen en nieuwe premiepercentages. Het netto verschuift een paar euro's tot enkele tientjes, omhoog of omlaag.
- Vakantiegeld of bonus — een bijzondere beloning wordt tegen het bijzonder tarief belast. Het bruto van die maand is hoger, maar het percentage loonheffing ook.
- Overwerk en toeslagen — meer bruto betekent meer loonheffing, en boven een bepaald jaarloon bouwen de heffingskortingen af.
- Wijziging pensioenpremie — een nieuw percentage of een nieuwe franchise werkt direct door in het heffingsloon.
- Loonheffingskorting aan of uit — bij een tweede baan of na een wisseling van werkgever staat de korting soms bij de verkeerde werkgever. Dat geeft een groot verschil.
- Verrekeningen — een voorschot, een correctie van een vorige periode of een loonbeslag.
Wil je een verschil begrijpen, vergelijk dan de loonstrook regel voor regel met die van de maand ervoor. Begin bij het heffingsloon: is dat gelijk, dan zit het verschil in de tabel of de korting; is het anders, dan zit het in het bruto of de aftrekposten.
Spreek je met een werkgever een nettoloon af, dan moet hij het bijbehorende bruto elke periode terugrekenen. Bij elke tabelwijziging verandert dat bruto, en daarmee je vakantiegeld en pensioen. Spreek liever bruto af.
Veelgestelde vragen over bruto en netto
Hoeveel procent van mijn brutoloon houd ik netto over?
Bij een gemiddeld voltijdsloon met loonheffingskorting ligt het nettoloon vaak rond 75 tot 82 procent van het bruto. Het exacte percentage hangt af van je loonhoogte, je pensioenpremie en of de loonheffingskorting wordt toegepast.
Waarom is mijn netto in januari anders dan in december?
Elk jaar verschijnen nieuwe loonbelastingtabellen, heffingskortingen en premiepercentages. Ook bij een gelijk brutoloon verandert daardoor de loonheffing, en dus je netto.
Telt de reiskostenvergoeding mee in mijn brutoloon?
Nee. Een onbelaste reiskostenvergoeding tot 0,23 euro per kilometer staat buiten het brutoloon. Ze wordt na de loonheffing bij het netto opgeteld en telt niet mee voor vakantiegeld of pensioen.
Kan ik zelf van bruto naar netto rekenen?
Globaal wel: trek de pensioenpremie van het bruto af, zoek de loonheffing op in de witte maandtabel van de Belastingdienst en tel de onbelaste vergoedingen erbij. Voor een exact bedrag heb je de tabel van het juiste jaar en tijdvak nodig.
Betaal ik als werknemer premies werknemersverzekeringen?
Nee. De premies voor WW, WIA en de Zorgverzekeringswet betaalt je werkgever bovenop je brutoloon. Alleen maximaal de helft van de WGA-premie mag op je nettoloon worden verhaald.
- Belastingdienst, Handboek Loonheffingen 2026 — loonbelastingtabellen, heffingsloon, heffingskortingen en bijzondere beloningen.
- Belastingdienst — gerichte vrijstellingen voor reiskosten en thuiswerken (Wet op de loonbelasting 1964, art. 31a).
- Rijksoverheid — tarieven en heffingskortingen inkomstenbelasting 2026.
Bedragen en percentages gelden voor belastingjaar 2026 en zijn afgerond. Controleer voor je eigen situatie altijd de actuele publicaties.