Welke premies er zijn en wie ze betaalt
De werknemersverzekeringen zijn verplichte verzekeringen voor iedereen die in loondienst werkt. Ze beschermen tegen inkomensverlies bij werkloosheid (WW), ziekte na het dienstverband (ZW) en langdurige arbeidsongeschiktheid (WIA). Daarnaast is er de Zorgverzekeringswet (Zvw), formeel geen werknemersverzekering, maar wel een heffing die de werkgever over hetzelfde loon betaalt. Samen worden ze vaak "SV-premies" of "sociale premies" genoemd.
Het belangrijkste om te onthouden: de premies werknemersverzekeringen betaalt de werkgever, boven op het brutoloon; ze worden niet op het loon van de werknemer ingehouden. Dat is een ander systeem dan de loonheffing, die wél op het loon wordt ingehouden en waarin de premies volksverzekeringen (AOW, Anw, Wlz) zitten. De werknemersverzekeringen zijn dus onzichtbaar voor de werknemer, maar vormen een fors deel van de werkgeverslasten.
| Premie | Waarvoor | Wie betaalt |
|---|---|---|
| Awf (WW) | Werkloosheid; laag tarief bij vast contract, hoog bij flexibel | Werkgever |
| Aof (WIA) | Arbeidsongeschiktheid; laag voor kleine, hoog voor middelgrote en grote werkgevers | Werkgever |
| Whk (WGA + ZW-flex) | Gedifferentieerd per werkgever op basis van sector of eigen schadelast | Werkgever; maximaal de helft van het WGA-deel verhaalbaar op de werknemer |
| Zvw | Werkgeversheffing zorgverzekering, 6,10 % | Werkgever |
Alle premies worden berekend over het loon voor de werknemersverzekeringen (SV-loon): het brutoloon inclusief vakantiegeld en toeslagen, min het werknemersdeel van de pensioenpremie. Ze gelden tot het maximumpremieloon, waarover verderop meer. De percentages worden elk jaar opnieuw vastgesteld en gepubliceerd door de Belastingdienst.
WW: de Awf-premie, laag of hoog
De premie voor de Werkloosheidswet gaat naar het Algemeen werkloosheidsfonds en heet daarom de Awf-premie. Sinds 2020 kent die premie twee tarieven, met een verschil van precies 5 procentpunt. Het lage tarief geldt voor werknemers met een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, die geen oproepcontract is. Het hoge tarief geldt voor alle andere contracten: bepaalde tijd, oproep, min-max en uitzendwerk. De wetgever wil zo een vast contract goedkoper maken dan een flexibel contract.
Om de lage premie toe te passen moet de werkgever de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd schriftelijk in de administratie hebben, en in de loonaangifte aangeven welke contractvorm geldt. Voor jongeren onder de 21 met een klein aantal uren en voor leerlingen in de beroepsbegeleidende leerweg geldt het lage tarief ook zonder vast contract.
Herziening: alsnog de hoge premie
De lage premie kan achteraf worden omgezet naar de hoge premie. Dat gebeurt als het vaste contract binnen twee maanden na aanvang weer eindigt, of als een werknemer met een contract van minder dan 35 uur in een jaar meer dan 30 % meer uren verloond krijgt dan afgesproken. In beide gevallen moet de werkgever de premie over het hele jaar corrigeren. Structureel overwerk bij parttimers kan een werkgever dus alsnog de hoge premie kosten.
Een mondeling contract voor onbepaalde tijd is arbeidsrechtelijk geldig, maar niet genoeg voor de lage Awf-premie. Zonder getekende overeenkomst of een door beide partijen ondertekend addendum geldt het hoge tarief.
WIA: Aof en Whk
De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) wordt betaald uit twee premies. De Aof-premie (Arbeidsongeschiktheidsfonds) is de basispremie en kent sinds 2022 een laag tarief voor kleine werkgevers en een hoog tarief voor middelgrote en grote werkgevers. Of je klein bent, hangt af van je premieloonsom van twee jaar eerder: klein is tot en met 25 keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer. Bovenop de Aof-premie komt een kleine opslag voor de kinderopvangtoeslag, die met de Aof-premie wordt afgedragen.
De tweede premie is de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas, de Whk-premie. Die bestaat uit een WGA-deel en een ZW-flex-deel en verschilt per werkgever. Kleine werkgevers betalen een sectorpremie, grote werkgevers een premie op basis van hun eigen schadelast (de uitkeringen aan ex-werknemers), en middelgrote werkgevers een gewogen mix. De Belastingdienst stuurt elk najaar een beschikking met het percentage voor het volgende jaar. Werkgevers kunnen ervoor kiezen eigenrisicodrager te worden voor WGA en/of ZW; dan vervalt dat deel van de premie, maar dragen zij de uitkeringen zelf.
Zvw: de werkgeversheffing
De Zorgverzekeringswet wordt op twee manieren gefinancierd: via de nominale premie die iedereen zelf aan zijn zorgverzekeraar betaalt, en via een inkomensafhankelijke bijdrage over het loon. Voor werknemers in loondienst is die bijdrage een werkgeversheffing van circa 6,5 % over het loon voor de Zvw, tot het maximumpremieloon. De werknemer merkt er niets van; het bedrag staat hoogstens als informatie op de loonstrook.
Anders is het bij inkomen waarover geen werkgever bestaat, zoals pensioen, een uitkering of loon van een directeur-grootaandeelhouder die niet verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Dan wordt een lagere bijdrage Zvw ingehouden op het inkomen zelf. Op de jaaropgave staat daarom altijd apart het "loon voor de Zvw" en welke variant is toegepast.
Maximumpremieloon en verhalen op de werknemer
Alle premies in dit artikel gelden tot het maximumpremieloon: in 2026 € 79.409 per jaar. Over het loon daarboven betaalt de werkgever geen premies werknemersverzekeringen en geen werkgeversheffing Zvw. Het maximum is een jaarbedrag; per loontijdvak wordt het naar rato toegepast, bij een maandloon dus een twaalfde en bij een vierwekenloon een dertiende. Hoe dat precies gaat, is het onderwerp van de volgende paragraaf over VCR.
Mag een werkgever de premies doorberekenen aan de werknemer? Voor bijna alles is het antwoord nee. De enige uitzondering is de gedifferentieerde WGA-premie: daarvan mag maximaal de helft worden verhaald op het nettoloon van de werknemer. Het verhaal komt na de loonheffing, verlaagt dus het netto en niet het heffingsloon. Veel werkgevers en cao's zien ervan af, omdat het bedrag klein is en de uitleg aan werknemers lastig.
Het ZW-flex-deel van de Whk-premie, de Aof-premie, de Awf-premie en de Zvw-heffing mogen nooit op de werknemer worden verhaald. Een inhouding "SV-premie" op een loonstrook die meer is dan de helft van de WGA-premie, is niet toegestaan.
VCR: waarom cumulatief rekenen
Het maximumpremieloon is een jaarbedrag, maar loon wordt per periode betaald en is niet elke periode gelijk. Wie in mei vakantiegeld krijgt, zit die maand misschien boven een twaalfde van het maximum terwijl hij over het jaar eronder blijft. Om dat eerlijk op te lossen, schrijft de Belastingdienst voortschrijdend cumulatief rekenen voor, afgekort VCR.
Het principe: bereken de premie niet over het loon van deze periode, maar over het cumulatieve loon van het jaar tot en met deze periode, afgezet tegen het cumulatieve maximum tot en met deze periode. Trek daar de premie af die in de eerdere perioden al is afgedragen; wat overblijft is de premie van deze periode. Daardoor telt elke afgeronde periode mee in de volgende, en wordt een piek in het loon verrekend met perioden waarin er nog ruimte onder het maximum was.
- Tel het SV-loon van het jaar op
Alle perioden tot en met de huidige, inclusief vakantiegeld en bijzondere beloningen.
- Bepaal het cumulatieve maximum
Het maximumpremieloon per periode keer het aantal perioden tot nu toe. Bij een maandloon in augustus dus acht twaalfde van het jaarmaximum.
- Neem het laagste van de twee als grondslag
Is het cumulatieve loon lager dan het cumulatieve maximum, dan is het loon de grondslag; anders het maximum.
- Bereken de cumulatieve premie
Grondslag keer percentage geeft de premie die tot en met deze periode verschuldigd is.
- Trek af wat al is afgedragen
Het verschil met de cumulatieve premie van de vorige periode is de premie van deze periode. Die kan negatief zijn als eerder te veel is betaald.
VCR verklaart waarom de premie in een loonadministratie niet met een simpele vermenigvuldiging per strook te controleren is, en waarom een correctie van een eerdere periode altijd doorwerkt in alle volgende perioden. Het geldt voor de Awf-, Aof- en Whk-premie én voor de werkgeversheffing Zvw.
Rekenvoorbeeld: werkgeverspremies bij een maandloon van € 3.450
Een kleine werkgever met een werknemer op een vast contract, brutoloon € 3.450,00 per maand, geen pensioenregeling, ver onder het maximumpremieloon. De percentages zijn indicatief en afgerond; de werkelijke percentages voor 2026 staan in de tabellen van de Belastingdienst en in de Whk-beschikking van de werkgever.
Aandeel van elke premie in het totaal van € 562,35 uit het rekenvoorbeeld; verhoudingen verschuiven met de contractvorm en de Whk-beschikking.
Zo doen wij dit
SV-gegevens per jaar, VCR per periodePayflo houdt de landelijke percentages en het maximumpremieloon per jaar bij en rekent de premies voortschrijdend cumulatief, precies zoals de Belastingdienst voorschrijft. Per bedrijf leg je de sector en de Whk-percentages uit de beschikking vast in de premie-instellingen. De werkgeverslasten zie je per periode als overzicht en als PDF, en de assistent legt uit waarom een premie in een periode afwijkt.
Liever geen omkijken? Payflo is een loonadministratiekantoor uit Kampen: wij doen dit voor je, met onze eigen software. Straks doe je het zelf, als je wilt.
Mail ons over je loonadministratieVeelgestelde vragen over premies werknemersverzekeringen
Betaalt de werknemer mee aan de premies werknemersverzekeringen?
Vrijwel niet. De premies voor WW, WIA en de werkgeversheffing Zvw komen volledig voor rekening van de werkgever. Alleen maximaal de helft van de gedifferentieerde WGA-premie mag op het nettoloon van de werknemer worden verhaald, en dat gebeurt lang niet overal.
Wat is het verschil tussen de lage en de hoge WW-premie?
De lage Awf-premie geldt voor werknemers met een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die geen oproepcontract is. Voor alle andere contracten geldt de hoge premie, die 5 procentpunt hoger ligt. Zo wordt een vast contract goedkoper dan een flexibel contract.
Wat is het maximumpremieloon?
De grens tot waar premies werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing Zvw worden berekend. In 2026 ligt die op € 79.409 per jaar. Over het loon daarboven betaalt de werkgever geen premies meer.
Wat betekent VCR, voortschrijdend cumulatief rekenen?
De premies worden niet per losse periode berekend, maar over het cumulatieve loon van het jaar tot en met die periode, afgezet tegen het cumulatieve maximumpremieloon. De premie van de periode is het verschil met wat al eerder is afgedragen. Daardoor wordt het maximum eerlijk over het jaar verdeeld, ook bij een bonus of een wisselend loon.
Staan deze premies op mijn loonstrook?
Meestal alleen als informatie, niet als inhouding, omdat de werkgever ze betaalt. Wat je wel ziet, is het loon voor de werknemersverzekeringen (SV-loon) en het loon voor de Zvw, de grondslagen waarover ze zijn berekend.
- Belastingdienst, Handboek Loonheffingen 2026 — premies werknemersverzekeringen, maximumpremieloon, voortschrijdend cumulatief rekenen en werkgeversheffing Zvw.
- Wet financiering sociale verzekeringen — Awf-premie (laag en hoog), Aof-premie en gedifferentieerde premie Werkhervattingskas.
- UWV — premiewijzer Werkhervattingskas en indeling in kleine, middelgrote en grote werkgevers.
- Rijksoverheid — premiepercentages sociale verzekeringen 2026.
Bedragen en percentages gelden voor belastingjaar 2026 en zijn afgerond. Controleer voor je eigen situatie altijd de actuele publicaties.